"Lichtreclameverzekering; alle voorwaarden onder elkaar"

> Polisvoorwaarden glasverzekering
 
Voorwaarden lichtreclameverzekering op indexbasis
Artikel 1.- Algemeen.
Deze verzekering betreft installaties dienende tot reclame in de ruimste zin des woords en bevestigd aan of op het polisblad vermelde gebouw/object.
Artikel 2.- Grondslag.
1. Als basis voor deze polis geldt de informatie die, al dan niet met een ondertekend aanvraagformulier, door of namens de verzekeringnemer is verstrekt. Deze informatie maakt deel uit van deze overeenkomst.
2. De op het polisblad vermelde omschrijving wordt aangemerkt als afkomstig te zijn van de verzekeringnemer.
3. Op het polisblad wordt de verzekerde som vermeld en indien gewenst gesplitst in waarde installatie en de- en montagekosten.
Artikel 3.- Acceptatie-eisen.
1. Geaccepteerd worden nieuwe installaties of installaties die niet ouder zijn dan een jaar. In deze gevallen is de nieuwwaarde gelijk aan de verzekerde som. Installaties die ouder zijn dan een jaar worden geaccepteerd waarbij de verzekerde som wordt vastgesteld in overleg met de verzekeringnemer.
2. Niet geaccepteerd worden installaties die binnen 'handbereik' zijn geplaatst.
Artikel 4.- Omvang van de verzekering.
De verzekering dekt elke materiële schade aan de installatie door een onvoorzien van buiten komend onheil. (Zie voor uitsluitingen art. 5)
Artikel 5.- Uitsluitingen.
De verzekering geeft geen dekking voor schade:
1. door slijtage, roest en andere geleidelijke werkende invloeden;
2. door eigen gebrek waaronder mede verstaan wordt te hoge spanning, kortsluiting, uitbranden van buizen, stroomlekken en zelfverhitting;
3. door montage, demontage en verplaatsing alsmede indien ontstaan bij verbouwing, aanbouw, reparatie van het pand waarop of waaraan de verzekerde installatie is bevestigd;
4. door overstroming, aardbeving, vulkanische uitbarsting en atoomkernreacties onverschillig hoe de reactie is ontstaan en waar deze zich heeft voorgedaan;
5. door gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer en muiterij;
6. die uitsluitend bestaat uit beschadiging van onderdelen die vanwege het gebruik regelmatig worden vervangen alsmede schade door deuken of krassen indien deze niet leiden tot gehele buitengebruikstelling van de verzekerde installatie;
7. die verhaalbaar is onder enige andere verzekering ongeacht de ingangsdatum;
8. die het beoogde of zekere gevolg is van het handelen of nalaten van de verzekeringnemer;
9. aan gebouwen/objecten waarop of waaraan de verzekerde installatie is bevestigd met inbegrip van de schade wegens het niet of niet naar behoren kunnen gebruiken van het gebouw/object.
Artikel 6.- Wijziging.
De verzekeringnemer is verplicht van iedere wijziging of nieuwe toestand van de installatie of het pand onmiddellijk, doch uiterlijk binnen 14 dagen, opgave te doen aan de Maatschappij, zo ook wanneer het pand een andere bestemming krijgt dan bij de aanvraag van de verzekering.
Artikel 7.- Aanpassing.
Indien de Maatschappij de voorwaarden voor verzekering als deze wijzigt, heeft zij het recht die gewijzigde voorwaarden op deze verzekering toe te passen met ingang van de eerste premievervaldatum na invoering van de wijzigingen. Van de aanpassing wordt mededeling gedaan aan de verzekeringnemer.
Artikel 8.- Duur van de verzekering.
Deze verzekering vangt aan op de in het polisblad genoemde datum of zoveel later als de installatie naar behoren is geplaatst en eindigt:
1. per de kontraktsvervaldatum, indien door ëëÈn der partijen aan de andere partij uiterlijk 3 maanden vóór deze datum de verzekering per aangetekende brief is opgezegd;
2. indien de Maatschappij de verzekering beÎindigt na een schadegeval, waartoe zij tot uiterlijk 30 dagen na afwikkeling van dat schadegeval het recht toe heeft, zulks met inachtneming van een termijn van 30 dagen;
3. dertig dagen nadat de Maatschappij de voorwaarden van verzekering heeft aangepast en de verzekeringnemer binnen deze termijn schriftelijk kenbaar maakt hiermede niet akkoord te gaan;
4. bij eigendomsovergang en zodra verzekeringnemer, of ingeval van diens overlijden zijn erfgenaam, ophoudt belang te hebben bij de verzekerde installatie;
5. zodra het gebouw, waarop of waaraan de verzekerde installatie is bevestigd, langer dan 14 dagen achtereen leeg staat.
Artikel 9.- Indexering.
1. Jaarlijks wordt de premie per de premievervaldag verhoogd of verlaagd met een percentage dat wordt ontleend aan de indexcijfers voor bouwkosten van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
2. Aanpassing van de premie door indexering volgens dit artikel zal geen reden zijn tot opzegging van de polis.
3. Indien men niet akkoord gaat met de indexering zullen bij schade de schadepenningen naar verhouding worden vergoed.
Artikel 10.- Premie.
1. Binnen 30 dagen nadat enige premie, kosten en assurantiebelasting is resp. zijn verschuldigd dient de verzekeringnemer deze bij vooruitbetaling te voldoen, bij gebreke waarvan de schadevergoedingsplicht van de Maatschappij vanaf de datum waarop het bedrag verschuldigd werd komt te vervallen, zulks onverminderd de betalingsplicht van de verzekeringnemer. Wordt het verschuldigde bedrag alsnog door de Maatschappij ontvangen en geaccepteerd dan gaat de dekking de dag daarna weer in.
2. Restitutie van onverdiende premie zal uitsluitend verleend worden indien:
a. de Maatschappij de verzekering opzegt conform artikel 8 punt 2;
b. de verzekeringnemer de verzekering opzegt conform artikel 8 punt 3.
Artikel 11.- Schademelding.
De verzekeringnemer is verplicht:
1. De Maatschappij onmiddellijk in kennis te stellen van iedere gebeurtenis waaruit voor de Maatschappij een verplichting tot schadevergoeding kan ontstaan.
2. Binnen een termijn van 8 dagen een volledig ingevuld en ondertekend schade-aangifteformulier aan de Maatschappij te zenden.
3. Binnen 24 uur de politie in te lichten indien de verzekeringnemer vermoedt dat een strafbaar feit is gepleegd, waarbij het verzekerd object is betrokken en het politierapport aan de Maatschappij ter hand te stellen.
4. De instructies van de Maatschappij op te volgen en zich te onthouden van alles wat de belangen van de Maatschappij zou kunnen schaden.
5. Alle beschadigde of vernielde onderdelen te bewaren en ter beschikking van de Maatschappij te houden voor eventuele inspectie.
Artikel 12.- Vaststelling van de schade.
1. In geval van beschadiging: Op het bedrag van de herstelkosten of, indien dit minder is, op het verschil tussen de dagwaarde van de verzekerde installatie onmiddellijk voor de ramp en van de restanten onmiddellijk na de ramp.
2. In geval van geheel verloren gaan: Op de dagwaarde van de verzekerde installatie onmiddellijk voor de ramp. Onder dagwaarde wordt voor installaties niet ouder dan een jaar verstaan het op het polisblad vermelde verzekerd bedrag verminderd met 5% voor elke volledig jaar gerekend vanaf 12 maanden na de datum van fabricage. Voor installaties ouder dan een jaar het op het polisblad vermelde verzekerd bedrag verminderd met 5% voor elk volledig jaar, gerekend vanaf ingangsdatum verzekering.
3. Per gebeurtenis vergoedt de Maatschappij ten hoogste de verzekerde som die op het polisblad is vermeld.
4. De de- en montagekosten zoals vermeld op het polisblad worden volledig vergoed.
5. De schade aan de verzekerde installatie zal in onderling overleg of door een door de Maatschappij te benoemen expert worden vastgesteld. Indien niet tot overeenstemming wordt gekomen kan verzekeringnemer op eigen kosten een expert benoemen. Mocht overeenstemming daarna nog niet zijn bereikt benoemen de Maatschappij en verzekeringnemer een derde expert. Het rapport van deze derde expert is bindend voor beide partijen. De kosten voor de derde expert worden door beide partijen, ieder voor de helft, gedragen.
Artikel 13.- Kennisgevingen.
1. Kennisgevingen van de Maatschappij gericht aan het laatste aan haar bekende adres van de verzekeringnemer hebben bindende kracht.
2. Kennisgevingen van de Maatschappij bestemd voor de verzekeringnemer en gericht aan de tussenpersoon zijn eveneens bindend tenzij de verzekeringnemer schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij deze kennisgevingen persoonlijk wenst te ontvangen.
Artikel 14.- Geschillen.
Alle geschillen voortvloeiend uit de overeenkomst worden onderworpen aan de uitspraak van de bevoegde rechter te Breda, behoudens hogere voorzieningen.

 
Download onze polisvoorwaarden in PDF

(Om het PDF-bestand te lezen is Acrobat reader vereist.)